Nouvelle Vague, de formatie rond het producersduo Olivier Libaux en Marc Collin staat in Paradiso als een huis. Parmantig, zinnenprikkelend, een lust voor oor en oog. In de voor zo'n 75 procent gevulde voormalige kerk horen we een staalkaart uit het oeuvre van de Franse groep.
Tekst en foto: Pieter Visscher
Over de preoccupatie van Nouvelle Vague (new wave) met Depeche Mode (door zanger Dave Gahan vernoemd naar het gelijknamige modemagazine) is door de band nooit geheimzinnig gedaan. In oktober verschijnt zelfs een album met louter covers van de in Basildon ontstane formatie. Er wordt afgetrapt met Enjoy The Silence en de groep heeft Paradiso acuut in zijn greep. Mooie band zien we, waarin percussie een grote rol speelt, naast (akoestische) gitaar en elektronica. Een organische sound, als balsem voor de ziel. Muziek om met de ogen dicht op te heupwiegen, ook omdat uit vrijwel alle covers het tempo is gehaald. Op Just Can't Get Enough na, de inmiddels 45 jaar oude klassieker die door tiener Vince Clarke (kortstondig bandlid in Depeche Mode) werd geschreven. Er wordt volop gedanst en meegezongen als de uptempoversie de zaal wordt ingeslingerd.
Twee zangeressen hebben hun kekke zonnebrillen inmiddels niet meer op de neus.
Het is tijdens het anderhalf uur durende concert niet louter Depeche Mode wat de klok slaat, want we horen bijvoorbeeld Don't Go van Yazoo (óók geschreven door Clarke). Zijn metgezel in die formatie, Alison Moyet, staat dinsdag overigens in een stijf uitverkocht Carré om vrijwel louter nummers van Yazoo te spelen. Evenals Clarke komt ook zij uit het grauwe Basildon.
Nouvelle Vague heeft ook Blue Monday van New Order in petto, evenals A Forest (The Cure), The Killing Moon (Echo & The Bunnymen) en een licht kolderieke versie van Shout van Tears For Fears.
Maar de hoofdmoot is, zoals aangekondigd, Depeche Mode, waarvan we ook publieksfavoriet Never Let Me Down Again, Halo, Behind The Wheel (met wilde drumexplosie in de finale, als de dames achter het podium even wat thee zijn gaan drinken), Master & Servant en Personal Jesus, dat door Martin Gore werd geschreven nadat hij de autobiografie Elvis and Me van Priscilla Presley las. Volgens Gore gaat het lied over een Jezus zijn voor iemand anders; iemand die je hoop en zorg geeft. Het verhaalt over hoe mensen elkaar soms op een goddelijk voetstuk plaatsen in een relatie, wat volgens Gore geen eerlijk of gebalanceerd beeld van iemand is. De uitvoering van Nouvelle Vague is fenomenaal. Het is pienter, smaakvol en knap hoe de band zich de covers eigen maakt en er een geheel eigen snit aan weet te geven, waardoor zelfs een nichegeluid is ontstaan. Er wordt afgesloten met het fantastische, emotioneel gezongen In A Manner Of Speaking, van de Amerikaanse postpunkformatie Tuxedo Moon (1985), maar veel bekender geworden toen Martin Gore het op zijn eerste coverplaat zette, Counterfeit, uit 1989. Een meesterwerk. Nouvelle Vague had een uitverkocht Paradiso verdiend met een optreden dat naar veel meer smaakt. De komende drie tourdata zijn in Australië, daarna keert de band terug naar Europa.
